Dialogen en Conversaties
- Ik ken nog een mop.
- Ik ook.
- Zal ik hem vertellen?
- Da’s goed, ik zal wel lachen.
- En wat doet u voor de kost?
- Niets interessants eigenlijk.
- Vertel het dan maar niet.
- Uitstekend. Afgesproken.
- Ik ben een boeiend mens.
- Misschien wilt u me dan even boeien, ik verveel me dood.
- Zegt u maar waarmee.
- Ik hoor het al, laat maar.
- U bent een mooie vrouw.
- Ja, maar ik ben ook bescheiden, hoor.
- Ik vind bescheiden vrouwen uitermate opwindend.
- Ik ben gewoon nederig. Ik kan mijzelf helemaal wegcijferen.
- Daar wil ik graag een keer gebruik van maken.
- Lekker weertje vandaag.
- U heeft volkomen gelijk.
- Fijn dat we het daarover eens zijn.
- Ik doe nooit zo moeilijk.
- Ik wou dat ik dood was.
- Ach kom…
- Ja?
- U overdrijft.
- Ja?
- U wilt te veel. Een mens moet niet te veel willen.
- Ik ben zeer geslaagd in het leven.
- Ik ook. Zeer geslaagd.
- Ik zou daar meeslepend over kunnen vertellen.
- Neem nog een handje pinda’s.
- We komen net uit de opera, La Traviata.
- En?
- Was wel aardig. Beetje dikke Violetta.
- Ja, wij gaan ook heel vaak.
- Kijk, Freek heeft een nieuwe vriendin.
- Veel te mooi voor Freek.
- Ja, en op zijn leeftijd krijg je die niet voor niks.
- Oneerlijk verdeeld op de wereld.
- En hoe gaat het hier?
- Z’n gangetje.
- Nog steeds?
- Zo gaat het hier nou gewoon altijd.
- Ik vind het een beetje aanmatigend om mezelf intellectueel te noemen.
- Dan zou ik het ook maar niet doen, als ik u was.
- Nog iets leuks beleefd, de laatste tijd?
- O ja, zeker, nou en of, en hoe!
- Goed zo. Daar ben ik blij om.
- Bent u de moeder van de bruidegom?
- Hoezo?
- Geen idee.
- En, hoe kent u de gastheer?
- Slecht, denk ik.
- Ik bedoel: wat is uw relatie tot de gastheer?
- Ik ben met hem getrouwd.
- Goedenavond. Wij zijn bezig met een enquête en…
- Wie zijn wij?
- Mijn collega’s en ik en ik wilde…
- En u bent allemaal bezig?
- Ja, en dus…
- En vindt u het leuk om gestoord te worden als u bezig bent?
- Meneer, mag ik u een vraag stellen?
- Dat heeft u al gedaan.
- Dat is flauw, meneer.
- Niet zo flauw als uw vraag.
- Weet u misschien hoe laat het is?
- Altijd.
- Die gevulde dadels zijn verrukkelijk.
- Wat u zegt.
- Wat zegt u?
- Wat u zegt.
- Het wordt tijd dat ik er eens vandoor ga.
- Inderdaad.
- Wat zegt u nu?
- Ik zeg dat ik het roerend met u eens ben. Dat u groot gelijk heeft.
- Waarmee?
- Met dat het de hoogste tijd is dat u er vandoor gaat.
- Mag ik dat misschien alleen zelf bepalen?
- Jawel, als ik daarna bijval mag betuigen.
- Dan mag u nu uw pincode intikken.
- Fijn. Is gebeurd. Dan sta ik u vervolgens toe om mij het bonnetje te geven.
- U wilt iets drinken?
- U mag nooit meer raden.
- Kan ik u helpen?
- Daar acht ik u wel toe in staat, ja.
- Met het huis van Dirkzager…
- Dag huis, mag ik mevrouw Dirkzwager?
- Ze belt op dit moment op haar mobieltje.
- Toch niet naar mij, hoop ik.
- Kijk die joggende oude heren eens rood aanlopen!
- Nou zeg, geen gezicht. Nog een biertje?
- Uw echtgenoot is een geleerd man. Volgens mij weet hij alles.
- Nee, hoor. Hij koestert niet de geringste verdenking.
- Knieën zijn een spaarzaam artikel tegenwoordig.
- Hoezo?
- Probeer er maar eens de hand op te leggen.
- Mag ik je naar huis brengen. Ik breng graag ervaren vrouwen naar huis.
- Ik ben geen ervaren vrouw.
- Maar je bent ook nog niet thuis.
- Waar ben jij geboren?
- In een ziekenhuis.
- Wat had je dan?
- Waarheen, Milord?
- Rij de zee maar in, James. Ik pleeg vandaag zelfmoord.
- En waar heeft u, mevrouw, uw hoge leeftijd aan te danken?
- Ik eet met mate, ik werk hard, ik drink en ik rook niet en zorg dat ik genoeg slaap krijg.
- Bent u wel eens bedlegerig geweest?
- Bed wat?
- Bedlegerig.
- Jawel, maar zet dat maar niet in de krant, jongeman.
- Hij stopte met lesgeven om gezondheidsredenen.
- Wat had hij dan?
- Leerlingen werden kotsmisselijk van hem.
- Ik ontmoette mijn vrouw in de opera.
- Ah, was dat niet romantisch?
- Nee, niet echt. Ik dacht dat ze thuis bij de kinderen was.
- En wat zijn wij hier aan het doen?
- Nou, agent, wat dacht u zelf?
- Gaan we brutaal worden?
- Ik niet, agent, maar gaat u gerust uw gang, als u wil…
- Slaap je al?
- Nee, jij? (ingezonden door vriend Henk)
- Moet jij vanavond nog weg?
- Nee, hoezo?
- Gewoon.
- Nee, Mette, jij blijft zitten, wij zijn hier om te helpen.
- Ja, maar ik wil niet werkeloos toezien.
- Hoeft niet, dat doen wij wel even voor je.
